De Tekstzetter - copy - content - translations





Mevrouw Walravens

Categorie : bedenking, reisverhaal 15 mei 2008

Ze is een beetje zo zot als een achterdeur. Als ze te lang stil zit, kruipen der mieren tussen haar billen en begint ze ongemakkelijk weg en weer te schuifelen, recht te staan, ergens heen te gaan. Soms zegt ze verschrikkelijk schreeuwlelijke dingen (fukkin ‘ell maat), soms zegt ze de gewoonste dingen wreed schoon (dag jantje). En als de zon schijnt dan huppelt ze op hakken. Zomaar door het leven; alsof het welhaast niets is. Een fluitje van. Zingend.

Die hele zoot ongeregeld, dat onrustig borrelend bergriviertje heb ik, de stoicijn, dus op bezoek. Een mens zou voor minder eens wat wriemelend tussen zijn lakens blijven liggen ’s morgens. En een glas water omver stoten, lomperik.

Ik kijk naast me, krab de korsten weg; ja ze is er nog. Je moet beseffen, met mevrouw Walravens weet men nooit. Ze heeft in een mum van tijd haar bies gepakt. Hupsakidee het vliegtuig op. Ergens naar de Aziaten. Ik begin stilaan te begrijpen waarom. Bovendien, het is de genoodzaakte setting voor een absurdistisch liefdesverhaal. Gelijk de rimpels op het voorhoofd; esthetisch van gene betekenis, contextueel een conditio sine qua non. We zijn tenslotte allemaal een beetje taalkundigen hier. Niet flauw doen. Moelijke woorden doden geen mens. (Simpele doen dat wel. Vraag maar aan de Duitsers. Of aan de Japanners. Die hebben ook zo het één en het ander aan de puntig gekerfde stok plakken. Koreaandervlees en bloed.) Je moet maar een beet fronsen, dan komt het wel. Dat van ‘tussen de regels’.

Mevrouw Walravens werkt hier op een beurs voor eten en drinken. Haar nieuwe beste vriend is een chocolatier uit Ruiselede. Het toeval bestaat echt niet. Westvlamingen als wereldburgers, stilaan wordt me meer en meer duidelijk waar het met deze kloot naartoe gaat. Een uitgestrekte strets land, plat met varkens overal en aan de zee ligt het schoonste dorpje. En iedereen slikt zijn klinkers in.
We hebben Gent geannexeerd, het volgende logisch doelwit is Seoul. In mijn huidig stappenplan toch. Meer dan twintig miljoen inwoners… Up yours Antwerpen. We don’t want you!

Ze is hier nog tot zaterdag, de blonde Tine, en ik ga als ‘beginnend restaurateur’ verhaaltjes verzinnen om aan gratis alcool te geraken op die expo waar ze werkt; het aloude stuntwerk en beproefde stoken. Horecabeurservaring als een gouden troef; ik vermoed dat het een vrij nieuw concept is hier, dat beursgedoe, nog niet beducht op profiteurs met droge levers. Toch hoop ik op een biertent. En erna gaan we verzekerst weer zingen. Dat weergalmt onvermijdelijk uit duizend dronken monden.

Wat me eraan doet denken, als iemand u, beste lezer, ooit een filmpje aanbiedt waarin ik zogezegd sta te zingen van “mamaaaaaa oehoehoehoeeeeeee,” niet opendoen. Het zit vol met virussen. Het is een Trojaans paard tot de nok gepropt met leden van Al Qaeda en Kalashnikovs. Ze plannen een aanval op uw moederbord. In losgeslagen Hyundais. Men zegge het voort.

***

En de zondag zal ze alweer weg zijn naar Japan, en dan wordt het manneke in Seoul weer gewoon Jan teacher. De dolle nacht in de Jim Jil Bang (wat me van naam altijd doet denken aan ) – een soort van grote publiek sauna waar je eerst in je blote flikker tussen de blote flikkertjes, apenootjes gelijk, gaat douchen en baden, warm baden amai, en dan naar de publieke ruimte waar mannen en vrouwen tesamen in pufhokjes kruipen om aan begrading 70 celsius helegans leeg te lopen – wordt een heerlijke herinnering aan een helse ervaring. Hels ja want, oh vervloekt en eeuwig slaapprobleem, een witte nacht tussen de snurkende en protlatende lowlifescumbags.

Ik ga haar ook uitzwaaien de zondag. En erna ga ik iets doen dat gelijkt op dansen voor de automatische lopen van triggerhappy grenspolitie: pokeren met Aziatische wiskundigen. Diezelfde dag nog ja. Met Soju ja. Voor geld ja.

Daartoe heb ik laatsleden sereen een gouden godheid om bijstand gevraagd.

En mijn volgende blog zal over Justine gaan. Beloofd. Een man en zijn prioriteiten weetjewel.