De Tekstzetter - copy - content - translations





De eerste dagen

Categorie : reisverhaal 1 apr 2008

Aha!

Hier ben ik, Korejantje, eindelijk, met de eerste verhalen van een reeks die zal duren, zo god het wil, tot ergens volgend jaar. Waarover deze blog zal gaan? Ongecensureerde avonturen van een dappere westerling in de vreemde wereld van een oosters volk. Maar wie loopt vooraleer hij of zij kan stappen gaat feilloos op de bek, dus laat ons beginnen bij het begin. Laat ons horen het verhaal van een vertrek en een landing. Van eerste indrukken en ontmoetingen.

Slapen op een vliegtuig zal nooit mijn ding worden. Altijd een langdurig en ongemakkelijk schuifelen over zetelstof, jaloerse blikken naar de slapende buurman, boos gefrons naar de snurker schuin achter me, aan de andere kant van het gangpad. Filmpjes kijken blijft de enige optie. Met ogen door bloed doorlopen. De oogst: Juno, The Assassination of Jesse James by the Coward wiens naam me ontglipt en Lars and the Real Girlfriend. Op het hoofdpersonage uit de eerste film werd ik een beetje verliefd, het laatste halfuur van de tweede heb ik eerlijkheidshalve gezegd een beetje doorgespoeld en de derde was amusant zonder meer. Soit, de landing was een opluchting. Oh ja, eerste kennismaking met koreaans voedsel, maar dan in vliegtuigvorm viel mee behalve ’s ochtends: een soort rijstporridge waar je groene thee over strooit. Niet echt my cup of. maar verveling doet een mens vreemde dingen doen. En eten. For that matter.

Geland in Incheon, Seoul, onder een Belgische hemel. Miezer in de file. Ik kon me niet meer thuis gevoeld hebben. Bijkomend: een op til staand feestje, kwestie van voor de leeuwen gegooid te worden; goed gedacht van Jurgen, mijn op gelijke hoogte staande baas (figuurlijk in de professionele betekenis). Sangria en Belgisch bier. Nog net de tijd gekregen voor een douche, onvoorzien, want wie had gedacht dat we meer dan twee uur in de file zouden staan? Hij niet, en ik kon het niet weten, als westerling. Je mag hier trouwens langs alle kanten inhalen op de openbare weg. Zo heeft rondrijden hier iets weg van boxottoos, maar dan net niet.

Flash forward naar het feestje: iedereen probeert met je te praten, maar slechts enkelen kunnen het. De buurman bijvoorbeeld, een gepensioneerde ingenieur die nog voor het Amerikaanse leger werkte en plots zei, tot mijn verbazing ‘ik zou heel graag verder babbelen, maar misschien zou je beter met iemand anders gaan praten.’ Verstandig sociaal gedrag bestaat hier immers uit hoofdzaak uit zo weinig mogelijk mensen irriteren. Vertelde Jurgen later. Te lang met een bepaald persoon converseren kan andere ergeren, minderwaardig doen voelen, en dat doe je beter niet. Praat ook nooit tegen een meisje als haar vriend erbij staat. Genoteerd. vandaar dat maar weinig vrouwen hun man mee brachten naar het feestje. Moet ik erbij zeggen dat me dat wel plezierde?

De vrouwen. Het laatste anderhalf uur met de volwassen vrouwelijke studenten (stuk voor stuk getrouwd) in een kring gezeten. Ze dronken eerst sangria, lieten het fruit liggen op de bodem van hun bekertje en goten er dan drie soorten bier bovenop (Leffe, Stella, Beck’s), niet zelden door elkaar. Nippen van een drankje kennen ze hier niet trouwens. Als ik met iemand een flesje deelde was de bodem van hun bekertje steevast droog tegen dat ik voor mezelf had ingeschonken. Waarna ik natuurlijk de rest van het flesje er bij hen bij goot. Vaneigens. Misschien ware het andersom geweest zonder die helse jetlag en het ferm tekort aan slaap. Maar eigenlijk denk ik van niet. Ze zijn zo enthousiast meneer.

Even een bedenking voor ik hier afsluit. De kans dat ik hier ga aarden wordt ’s nachts rond dat onchristelijke uur waarop ik om jetlagredenen al elke nacht wakker werd, redelijk hoog ingeschat. Met andere woorden: ik denk dat ik hier nog een tijdje blijf.

Morgen meer. Of overmorgen. Over kleine Koreaanse meisjes die aan hun zes jaar al ongelooflijk goed Engels kunnen, en giechelen. En over het eten, dat pikant is maar dan ook net weer niet. En over de goochelkunst ‘eten met chopsticks’. En over mijn schitterend gastgezin.
U hoort het, lieve lezer. Ik heb nog enorm veel te vertellen. Maar binnen tien minuutjes staat Jurgen hier. We gaan gegrillde visjes eten.