De Tekstzetter - copy - content - translations





ohssitohssitohssit

Categorie : dochter 18 aug 2016

De dochter is een waar en waarachtig kwebbelgat. Nog geen twee jaar oud, en de woordenschat waarmee ze tegenwoordig zinnen bouwt omvat zeslettergrepige woorden such as “po-li-tie-man-ne-tje”. Die herhaalt ze zonder enige moeite, meteen na ze een eerste keer te hebben gehoord. De articulatie is daarbij soms perfect, soms benaderend. Ze trekt er haar plan mee. Laatst kwamen we van de rommelmarkt alwaar voor bijna noppes een xylofoontje te hebben gescoord, denkend: ‘nu hebben we die kleine liggen’, maar het lukte wonderwel: “sie-lo-phoon”. Enigszins vereenvoudigd, maar op het onmerkbare af; sie-ksie. Tomato-Tomato.

Met andere, complexere, woorden heeft ze meer moeite. Plasticine is bijvoorbeeld “ap-pe-pli-ne” en paraplu, niet helemaal onlogisch, “ap-pe-plu”. Kwestie van de gelijkvormigheid te bewaren.

Brengt ons bij het mysterie beer. Een van de eerste objecten die Rozanne met een systematische klank uit haar mondje wist aan te duiden was de pooh-beer in haar bedje (weliswaar een eeuwigheid achter “pa-pa”). Daar wees ze naar en zei: “dei”. En doet dat nog steeds. Een enkele keer, niet zo lang geleden, betrapte ze zichzelf op een inderhaast uitgesproken “beel”, maar corrigeerde meteen terug naar “dei”. Daarentegen is een olifant “o-le-lant”, een poes eerst “mauw” en daarna gewoon “poes”, en een hond een “oef-oef”. Logisch.

Zo is even logisch een banaan een “ba”, een appel een “ap-pul” en een meloen een “me-moem”. (In het rijtje van dat laatste ‘vervang een eind-l door een eind-m’ horen ook “trom-mem” en “pie-mem”. Wanneer papa z’n short aantrekt wordt dat “da-da-pie-mem-bloek”.)

En peer is natuurlijk “tei”. Gelijkvormigheid boven alles!

***

Verder neemt Rozanne zonder aarzelen de lapwoorden van beide ouders over. Liesbeth staat er bijvoorbeeld bij vriendinnen om bekend nogal eens “okay” te gebruiken. Aapt ze lekker na. Ik blijk wel eens “oh nee” te zeggen bij het laten vallen van een potdeksel bijvoorbeeld. Bekt ze lekker na. Problematisch werd het echter de laatste weken (er was geen crèche) wanneer Rozie merkte dat hier ten huize naast “oh nee” ook wel eens de uitdrukking “oh shit” wordt gebezigd. ‘Dat moet ik oefenen,’ dacht ze en liep “oh-ssit-oh-ssit-oh-ssit” door ’t straat met in haar handje de gieter waarmee papa net op zijn broek had gemorst.

Of ook toen haar voetje me raakte in de weke delen gelegen rond de liesstreek. Erna liep over het strand van Oostende een peuter van nog geen twee, tientallen keren herhalend de gevleugelde zegswijze – die er telkens blijkt uit te floepen als ik er zelf een tegen de ballen krijg, of het zie gebeuren bij een ander (dikke Ronaldo twee keer in dezelfde CL-match, haha!): “INNN-DE-NUTSSS-INNN-DE-NUTSSS-INNN-DE-NUTSSS!” Daarbij – oh ironie – schelpen rapend.

Twee keer is dat al gebeurd. Beschamend, maar ik kan er echt niets aan doen.