De Tekstzetter - copy - content - translations





Ni Charlie, ni terroriste; la suite

Categorie : bedenking, cultuur 9 jan 2015

Eerst en vooral: leve commentaren! Ik heb er altijd van gedroomd eens een polemiek op te starten met een blog, en deze keer lijkt het een beetje gelukt. Enkel spijtig dat ik m’n argumenten niet naar behoren heb weten op te bouwen, want enkele opmerkingen wijzen er duidelijk op dat ik ben misbegrepen. Ik ben immers niet tegen het Recht op Vrije Meningsuiting. Hans Teeuwen for president, staat er te lezen in de tekst. Dat is kort – en toegegeven: misschien iets te cryptisch op het internet – voor: ik geef de koning van de lach principieel gelijk met zijn video en zijn ‘godverdomme…’.

Wat ik al helemaal niet heb gezegd is dat ‘je suis Charlie’ gelijkstaat met ‘ik vind wat er in Charlie staat 100 de max etc’. Wie uit alles wat ik gisteren heb geschreven concludeert dat ik vind dat magazines die beledigende cartoons publiceren (=zeggen wat ze willen) bij wet verboden moeten worden omdat ik ze beledigend vind, heeft echt wel het punt gemist. Ergens campagne tegen voeren is nog altijd iets anders dan een verbod willen opleggen. Vandaar: een tweede, hopelijk meer verdienstelijke poging. Mijnentwege.

Mijn belangrijkste, en helaas schijnbaar verloren gegane punt was immers wel: Massaal ‘je suis Charlie’ in kranten drukken en online delen, polariseert en draagt niets bij tot een debat dat we nu als Westerse samenleving met Moslims, die een minderheid zijn, moeten voeren. Wel integendeel.

So. Let’s start over. Recht op Vrije Meningsuiting, dus. We dreigen het in deze hetze misschien uit het oog te verliezen, maar Mening is niet de enige fundamentele vrijheid in onze beschaving. We hebben een heleboel rechten en vrijheden: recht op een veilig bestaan, op onderwijs, op gezondheidszorg.  We hebben de vrijheid om ons ladderzat te drinken en een gans pak saffen te roken op café en terwijl naar luide muziek te luisteren. Ook hebben we vrijheid van godsdienst. Dat betekent dat elke persoon het recht heeft om zijn godsdienst naar zijn eigen verlangen en voorschriften te belijden. Boeddhisten mogen tempels bouwen en Moslims moskeeën. Naast die infrastructuur leven devote mensen volgens bepaalde regels die door het recht op vrije godsdienstkeuzes zijn beschermd. Enkele regels binnen de Islam zijn: de profeet niet afbeelden. Niet spotten met de profeet. Eenmaal per jaar enkel eten en drinken nadat de zon is ondergegaan. Die regels kan je als buitenstaander belachelijk vinden, je mag er zelfs mee lachen. Zo heb ik tijdens de laatste Ramadan flink wat grapjes staan maken over ‘scheel zien van de honger’ tegen het gezin Jemenieten dat naast ons woont. Ze vonden mijn grapjes hilarisch, want ik ben hun goeie buur en zij de mijne; de kwaliteit van de klucht irrelevant. Het heeft hen in ieder geval niet tegengehouden om op bezoek te komen wanneer mijn vrouw en kind in het moederhuis lagen.

Naast rechten hebben burgers ook plichten. Men zou zelfs kunnen stellen dat aan elk recht een plicht vast hangt. Je hebt recht op onderwijs, maar dan moet je wel naar school gaan. Je hebt het recht op medezeggenschap in het bestuur, maar dan moet je wel stemmen. Je hebt recht op een eerlijke rechtspraak, maar dan moet je misschien wel ooit eens in een jury gaan zitten. Kortom, burgerplicht. Het Recht op Vrije Meningsuiting hangt in deze optiek voor mij vast aan de plicht om rekening te houden met de gevoelens van anderen. Tegen mijn buren kan ik lachen met de Ramadan, maar tegen een onbekende Moslim met zwartomrande ogen ga ik om vijf uur in de namiddag niet iets joligs staan roepen van “ha jong, gaat het nog?” Andere context, andere gevoeligheden. Wie dagelijks op een drumstel slaat doet dat ook niet om acht uur ’s ochtends, ook al zou de drummer dat het liefst wél doen. Omdat drummen om acht uur ’s ochtends asociaal is. Is er een wet tegen drummen om acht uur? Neen, en thank god for that. Stomdronken in je auto kruipen kan je ook, hoor. Er zijn dan wel wetten die ons beschermen tegen dronkaards achter het stuur, maar die zouden eigenlijk pas sluitend zijn bij een 100% pakkans. Nu heb je als burger nog steeds de vrijheid om ‘het erop te wagen’. Burgerplicht is: dat ten eerste niet doen, en ten tweede, het iemand anders niet toelaten te doen.

Dus ja, Charlie Hebdo had het recht om racistische bullshit te verkopen als satire. (Het moet me hier overigens dringend van het hart dat goeie satire zich richt op de heersende klasse, en niét op minderheden, een heel andere discussie die ik hier niet wil voeren.) Dat is hun recht. Hebben ze ook de plicht om rekening te houden met de vrijheden van medeburgers? Ik vind van wel.

Een cartoon van Mohammed publiceren is niet bij wet verboden. Maar je weet wel dat een minderheid in de samenleving dat niet fijn vindt. Dat het hen stoort in hun geloofsbelijdenis. Is het je burgerplicht om het niét doen? Ook niet. Wel moet je voor jezelf de afweging maken of het affronteren van je medeburger het waard is om je goesting te doen. Met andere woorden: als je er écht zodanig van geniet om beledigende cartoons te publiceren, doe maar. Maar ik vind dat vreemd, en eerlijk gezegd een beetje zielig, als kunstenaar. Dat je een gave voor zoiets gebruikt, terwijl je die gave evengoed voor iets ‘beters’ kan gebruiken. Tenzij je vindt dat het bewust affronteren van een minderheid bijdraagt tot de versterking van het Recht op Vrije Meningsuiting. In dat geval wacht ik op argumenten over hoe dat dan precies in zijn werk gaat. Aux armes, what the fuck…

Met het oog op die strijd voor Vrije Meningen heb ik trouwens nog een belangrijke bedenking: dat recht geldt namelijk vooral (en enkel?) voor de meerderheid. Meningen en vrijheden van minderheden zijn veel kwetsbaarder. Een voorbeeld. Toen ene Sharon, een in België opgegroeide moslima en opkomende voor een niet nader genoemde politieke lijst, bij de laatste verkiezingen een campagne was gestart met de slogan ‘Sharon 4 Belgium’ vond een meerderheid dat niet alleen niet grappig, maar ook niet kunnen. Het gevolg was dat de campagne onder druk van die meerderheid onmiddellijk werd stopgezet. Posters in de vuilbak en op zoek naar iets nieuws, want te beledigend voor de Vlamingen. Zo zie je maar dat we toch niet al té hoog moeten oplopen met deze zogenaamde Ideologische Vrijheid. In het verlengde hiervan volgende vraag: heeft een Imam het recht om zijn mening te preken, ook al zaait die haat? Ik vind van wel, maar ik vind het ook de plicht van elke burger om, wanneer geconfronteerd met die preek, er campagne tegen te voeren. Heeft Filip De Winter het recht om racistische cartoons, alla Charlie Hebdo, te publiceren in een verkiezingsfolder? Ik vind van wel, maar met dezelfde bedenking qua burgerplicht. Overigens kreeg De Winter wél een proces aan zijn been voor racistische uitlatingen. Ah, juist. Cordon sanitaire, dus sowieso in de minderheid. Zo heel sluitend lijkt mij die Vrije Meningsuiting, waar tegenwoordig zelfs mensen voor willen sterven(!), nu dus ook weer niet. Of wil je wél sterven voor je eigen mening, maar niet voor die van een medeburger?

Rechten blijven rechten. Aan elk recht hangt een plicht. Wie plicht verzuimt, is asociaal. Mensen voor de schenen stampen omdat het je recht is, verzaakt aan je plicht als goede burger om het niet te doen, of toch tenminste te beperken tot het absolute minimum.

 

‘Je suis Charlie’ = ‘Ik vind mijn recht om iets te doen dat ik misschien zelfs helemaal niet zo belangrijk vind om te doen, belangrijker dan jouw gevoeligheden.’ = WIJ tegen HEN (die beledigd zijn door moslimcartoons). De polarisering waar ik mijn vorige blog mee begon. Overigens vind ik het voor een smerig boekje als Charlie Hebdo een veel te grote eer om nu symbool te staan voor het Recht op Vrije Meningsuiting.

Liever zou ik zeggen: ‘Je suis Ahmed’, (want polariserend WIJ tegen HEN (die mensen doodschieten)) maar sterven voor een (ander zijn) ideaal, daar bedank ik voor. Ik heb een dochter, en die is veel belangrijker. Bovendien blijkt dat ideaal bij nader inzien ook niet meer dan een problematisch foefje dat voor de ene burger wél verworven is, en voor de andere niet, ook al zijn ze buren.