De Tekstzetter - copy - content - translations





30

Categorie : bedenking 6 mei 2012

Ik heb er lang over nagedacht – in absolute tijd een week, maar eigenlijk was het door omstandigheden veel minder; een heel ander en moeilijker openbaar te publiceren verhaal – over mijn blog der dreizigste Geburtstag.

Het enige waar ik nu mee kan afkomen, was het moment waarop ik verzonken in zelfreflectie dacht aan wat nog komen moet of kàn; zestig worden betekent bijvoorbeeld nu (al) in de helft zijn van het leven, en zestig vind ik eigenlijk redelijk oud om te worden als zeventienjarige. Wat inhoudelijk niet bijster veel is om mee op de proppen komen op een door afwisselend in hoogtes en laagtes gewassen blogpagina. Betere, meer geïnspireerde, momenten heeft men al meegemaakt op deze blog, voorzekerst, maar kijk: in het leven zijn er nu eenmaal de dingen die men ‘een verplicht nummer’ noemt. Vraag maar aan Toots Tielemans. Die werd er negentig op 29 april en ligt nu waarschijnlijk in zijn bed te denken van ‘oef, ’t is eindelijk gedaan met al dien zever.’

Je zal het maar meemaken, dertig worden… Dan sta je tot ’s avonds laat op café in een stad die naam amper waardig en ontvreemdt men toch wel niet je portefeuille zeker… (van al die 30 x 365 dagen kiest een uit londen uitgeweken zakkenroller exact 29/04/2012 uit!)

Dan kom je terug uit Parijs met bruin vel van op de trappen aan sacre coeur om te merken, gezeten in die snelle trein, dat er iets in je rug geschoten is dat ferm veel zeer doet. Een teken aan de wand… Welke wand? Die van je steunmuur, Jantje! (Zit er een serieuze barst in een muur, men breke hem beter af om her op te bouwen.)

Toch kon het slechter. Veertig worden bijvoorbeeld. Of drie-en-vijftig. Zoiets leert men wel. Met de jaren. En zo fragmentair als ik sinds 1982 over de polders van dit aardig plekje ‘dartel’ – hoe anders ironisch te benoemen het soort van etherisch zweven van keldergat naar sofabed, van zuidelijk naar oostelijk halfrond? – zo fragmentair dient deze blog zich aan qua opstel.
Omdat men schrijft naar het beeld van zijn of haar wereld; dat mijne, zijnde een lappendeken van mensen en plaatsen die ik allemaal liever zie dan ik de tijd en kans heb om te laten blijken.
En omdat het beeld van de wereld op ontelbaar veel manieren niet meer dan een spiegel is.

Desalniettemin – een woord aan dertigers voorbehouden – heb ik van de feesten genoten. Met gemengde gevoelens, maar wat zijn gevoelens anders dan gemengd anyway? Van het zingen tot het zoenen. Van de drop in Amsterdam (in de zin van ‘van de regen in de drop’ – zoveel regende het in Holland) tot de dronken neger met zijn witte gitaar die amper nog kon rechtstaan in een straatje bij Beaubourg. Het was alweer een privilege dat allemaal opnieuw met u te delen.

Maar al dat vieren, het is nu voor mijn part genoeg geweest. Laat ons allemaal terug worden wie we zijn. Kleine jongetjes en meisjes die in de nakende lente (waar blijft ze toch?) bij het ontwaken eerst denken aan het licht dat door de ramen schijnt en daarbij de mogelijkheid tot een balspel. In plaats van rekeningen, rekeningen en kieslijsten. In plaats van het vallen van de bladeren van de kalender druivelaar; nog steeds het beeldend symbool bij uitstek voor het onvermijdelijk verstrijken van de tijd. Hang er één op een openbare plaats, en gegarandeerd dat elke dag wel iemand er het blad van gisteren heeft afgerukt, zomaar onachtzaam, alsof het voortgaan der tijd iets is dat echt moét omdat niemand aan de verleiding kan weerstaan.

Want zo vluchtig zijn we wel, als mens van dikkere buik en luider piepende borstkas, dat zelfs het eigen best-wel-lang bestaan kan worden afgedaan als een bagatelle. Ik ben Jan en ik ben een onbelangrijke dertiger! Omdat het altijd beter is een raam open te gooien om naar de maan te kijken dan je t-shirt op te heffen voor je navel. Of voor gelijk welk nutteloos stukje kledij of lijf.

Ondertussen heb ik in al de commotie van het ouder-worden en het existentiële vraagstuk al gereed mijn laatste woorden – of men zestig wordt weet alleen de 59-jarige en elf maanden – bedacht: What a ride. Can I go again?